Vanaf 1 juli 2015 heeft de transitievergoeding de kantonrechtsformule en de kennelijke onredelijke ontslagvergoeding vervangen. De transitievergoeding staat vermeld in artikel 7:673 tot 7:73d BW.

 

Wanneer heeft een werknemer recht op de transitievergoeding?

 

De werknemer heeft recht op een transitievergoeding indien de arbeidsovereenkomst tenminste 24 maanden heeft geduurd en op initiatief van de werkgever is opgezegd, ontbonden of niet verlengd. Daarnaast heeft de werknemer recht op een transitievergoeding als de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werknemer is opgezegd, ontbonden of niet is voortgezet, indien de werkgever ernstig verwijtbaar of nalatig heeft gehandeld.

 

De werknemer heeft geen recht op een transitievergoeding indien:
 

  • de arbeidsovereenkomst nog geen 24 maanden heeft geduurd
  • de werkgever aan de werknemer bij het aflopen van een tijdelijk contract een (tenminste gelijkwaardig) nieuw contract aanbiedt en de werknemer dit contract heeft geweigerd
  • de werkgever en de werknemer een beëindigingsovereenkomst sluiten
  • De arbeidsovereenkomst op initiatief van de werknemer is opgezegd, ontbonden of niet is voortgezet en de werkgever niet verwijtbaar of nalatig heeft gehandeld
  • het ontslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer
  • het ontslag geschied in verband met of na de pensioengerechtigde leeftijd
  • het ontslag geschiedt voordat de werknemer 18 jaar is geworden en gemiddeld ten hoogste 12 uur per week arbeid verricht
  • indien de werkgever in staat van faillissement is verklaard

 

Hoe hoog is de transitievergoeding?

 

De hoogte van de transitievergoeding wordt berekend per zes maanden dienstverband en bedraagt:

 

  • een zesde maandsalaris per zes maanden dienstverband over de eerste tien jaar
  • Een half maandsalaris per dienstjaar na het tiende dienstjaar

 

Nu de wet van periodes van zes maanden uitgaat, zijn afrondingkwesties niet meer aan de orde. Alleen de hele periodes van zes maanden tellen voor berekening mee.

 

De transitievergoeding bedraagt maximaal € 75.000,– of het jaarsalaris indien dit hoger is dan € 75.000,-.

 

Wat wordt tot het begrip loon gerekend bij de transitievergoeding?

 

Onder het begrip loon ter berekening van de transitievergoeding wordt verstaan:

  • bruto maandsalaris
  • vaste looncomponenten, zoals vakantietoeslag, een vaste dertiende maand
  • structurele overwerkvergoeding en vaste ploegentoeslag, waarbij de hoogte over een periode van 12 maanden wordt gerekend
  • bonussen, waarbij 1/36e deel van de totale variabele beloning aan het maandloon wordt toegerekend

De volgende looncomponenten bedragen geen onderdeel van het loonbegrip van de transitievergoeding:

  • het werkgeversaandeel pensioenpremie
  • de auto van de zaak
  • onkostenvergoedingen
  • de werkgeversbijdrage in de zorgverzekeringspremie

 

Mogen partijen een hogere vergoeding afspreken?

 

Het staat partijen vrij om contractueel een hogere vergoeding overeen te komen. (Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 39) De overeengekomen regeling is alleen rechtsgeldig indien deze regeling hoger uitvalt dan de transitievergoeding. ( Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 113)

 

Mag de werkgever bepaalde kosten in mindering brengen op de transitievergoeding.

 

Op grond van artikel 7: 673 lid 6 BW kan de werkgever bepaalde kosten in mindering brengen op de transitievergoeding. Waarbij twee soorten kosten worden onderscheiden;

 

  1. kosten welke zijn gericht op het vinden van een andere baan bij ontslag of dreigend ontslag. Zoals scholingskosten en outplacementkosten of het inachtnemenvan een langere dan de wettelijke opzegtermijn
  2. kosten die tijdens het dienstverband door de werkgever zijn gemaakt ter bevordering van de bredere inzetbaarheid van de werknemer

 

De werkgever mag de bovenstaande kosten slechts in mindering brengen op de transitievergoeding indien de werknemer vóórdat deze kosten zijn gemaakt schriftelijk heeft ingestemd met het in mindering brengen ervan op de transitievergoeding. De schriftelijke instemming is niet vereist indien de kostenaftrek volgt uit collectieve afspraken of is overeengekomen tussen de werkgevers of werkgeversverenigingen en de werknemers.

 

Twee uitzonderingen op de transitievergoeding zijn de 50 plus regeling en de MKB-regeling

 

De uitzonderingen op grond van de 50 plus regeling en de MKB-regeling gelden beiden tot 1 januari 2020.

 

De 50 plus regeling

 

Onder de 50 plus uitzonderingsregeling vallen de werknemer die aan de volgende twee vereisten voldoen:
 

  • de werknemer dient op het moment dat het dienstverband eindigt 50 jaar of ouder te zijn
  • de werknemer dient minimaal 10 jaar in dienst te zijn

 

Indien aan beide vereisten is voldaan dan krijgt de werknemer voor de jaren dat hij na zijn 50e bij de werkgever in dienst is geweest 1 maandloon per dienstjaar. De 50 plus regeling geld echter niet voor werkgever met minder dan 25 werknemers.

 

Tijdelijke MKB-regeling

 

Voor de werkgever met minder dan 25 werknemers geld een uitzondering op de transitievergoeding. Volgens artikel 7:673d BW dienen deze werkgevers namelijk een minder hoge transitievergoeding te betalen als er sprake is van ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen wegens de slechte financiële situatie. Deze werkgevers hoeven slechts bij de berekening van de transitievergoeding de dienstjaren vanaf 1 mei 2013 mee te rekenen.